Jurisprudentie over mediation bij arbeidsconflict op een rij!

Voor het oplossen van een arbeidsconflict wordt steeds meer gebruik gemaakt van mediation. In welke mate wordt van werkgever en werknemer inzet voor mediation verwacht?

De Mediators federatie Nederland (MfN) heeft een aantal uitspraken op een rij gezet waaruit blijkt dat van de werkgever verregaande inspanningen worden verwacht om een arbeidsconflict met een werknemer te voorkomen of op te lossen. Aan de inspanningen van de werkgever zit wel een grens. Zie hieronder het overzicht zoals opgesteld door de MfN:

arbeidsconflict tekening

ECLI:NL:RBNNE:2015:4491

Op 23 september 2015 oordeelt de kantonrechter dat het verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer onvoldoende gemotiveerd is (zie overweging 5.7). De werkgever heeft meermalen het verzoek van de werknemer tot mediation van de hand gewezen. De kantonrechter is van oordeel dat het in de rede had gelegen om met de werknemer – al dan niet in de vorm van mediation – in gesprek te gaan.

Bron:  http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2015:4491

ECLI:NL:RBDHA:2016:3384

In deze uitspraak van de kantonrechter blijkt dat de werknemer ook een inspanningsverplichting heeft als het gaat om het handhaven of herstellen van een goede arbeidsverhouding. In deze zaak hebben werkgever en werknemer drie mediationtrajecten doorlopen in verband met de tussen partijen gerezen verschillen van inzicht. De kantonrechter wijst het verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer toe, nu niet is gebleken dat de trajecten hebben geleid tot enige verbetering in de onderlinge verhoudingen (zie overweging 5.3).

Bron: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2016:3384

ECLI:NL:GHSHE:2016:1311

In dit arrest heeft het hof ’s-Hertogenbosch geoordeeld dat een werkgever het initiatief moet nemen om de arbeidsverhouding te normaliseren bij een arbeidsconflict. Verder overweegt het hof in dit arrest: “Het hof is voorshands van oordeel dat onder de hiervoor beschreven omstandigheden van [geïntimeerde] verlangd mocht worden dat zij op haar kosten een onafhankelijke mediator had ingeschakeld. Het was niet realistisch om te verwachten dat [appellant] zich weer kon melden op het werk zonder daaraan voorafgaande mediation.” (zie overweging 3.12)

Bron: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:1311

ECLI:NL:GHARL:2016:3301

Op 18 november 2015 heeft de kantonrechter een beschikking gewezen waaruit blijkt dat van de werkgever vergaande inspanningen worden verwacht om een verstoorde arbeidsverhouding met de werknemer te voorkomen. In deze casus wordt het verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer afgewezen door de kantonrechter. De werkgever zou, ook na het doorlopen van twee mediationtrajecten, onvoldoende hebben gedaan om tot een werkbare verhouding te komen. Het hof komt in haar arrest van 25 april 2016 echter tot een andere conclusie nu is gebleken dat de werknemer al langere tijd wordt begeleid door een psycholoog en diverse therapieën heeft gevolgd. De werkgever heeft geen instrumenten ten dienste staan die zij als goed werkgever zou moeten hanteren of aanbieden ter regulering van de voortdurende conflicten als gevolg van de houding en het gedrag van de werknemer. Bovendien kan van een werkgever niet zonder meer verlangd worden dat hij regelmatig mediation inzet bij dezelfde werknemer om steeds opnieuw ernstig verstoorde verhoudingen te voorkomen of om deze op te lossen (zie overweging 5.9).

Bron: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:3301

ECLI:NL:GHSHE:2016:2104

Ook in dit arrest gaat het om een verzoek van een werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Partijen hebben vijf juridische procedures doorlopen, alsmede twee mediationtrajecten. Het hof is van oordeel dat de werkgever zich meer inspanningen had moeten en kunnen getroosten om tot herstel van de arbeidsverhouding te komen. “Het is het hof onvoldoende gebleken dat herstel van de verhoudingen onmogelijk is en dus de verstoring van de arbeidsverhoudingen zodanig duurzaam is dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet van de werkgever kan worden gevergd” (zie overweging 3.8.4.).

Bron: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:2104

Bron: website MfN